
Verbeek voldoet aan het cliché waarnaar Feyenoord altijd zoekt.
Gertjan Verbeek moest nog ‘een paar details’ bespreken. Het salaris bijvoorbeeld. Vast staat dat hij fors vooruit gaat in vergelijking met zijn huidige overeenkomst. Bij Heerenveen verdient hij ongeveer 250.000 euro per jaar, verwacht wordt dat als het tot een overeenkomst komt, Feyenoord circa drie keer zoveel gaat betalen.
Verbeek is voor Feyenoord de ideale man volgens de statistieken, want met een veel lagere begroting won en verloor hij dit seizoen met Heerenveen tot nu toe precies even veel als de aanstaande bondscoach met Feyenoord. Ook anderszins lijkt Verbeek te passen in de Kuip. Hij verbouwde eigenhandig zijn boerderij in Jubbega, rijdt rond op een Harley Davidson, was een aardige amateurbokser en heeft een onverzettelijk voorkomen. Dat duidt allemaal op het cliché waarnaar men bij Feyenoord altijd op zoek is. Hij heeft nóg een overeenkomst met recente voorgangers. Verbeek is tamelijk onervaren met het werken bij een mediagevoelige ‘topclub’. Dat gold ook voor Van Marwijk bij diens eerste aanstelling en al helemaal voor Erwin Koeman.
In die zin ligt er een overeenkomst met Ajax, dat er ook een handje van heeft om relatief onervaren mensen het stuur in handen te geven. Bij PSV ligt dat andersom. Of PSV daarom een abonnement op titels en langdurig Europees voetbal heeft, is misschien te gemakkelijk.
De aanstelling van de nieuwe trainer is bij Feyenoord een project van de directieleden Gudde en Bosz, ook al geen koppel dat qua leiderschap in de top van het betaalde voetbal uitblinkt door succes en ervaring. Maar met Verbeek zouden ze best eens mazzel kunnen hebben. Verbeek is in ieder geval een loyale werknemer. Dat hoeft geen doorslaggevende factor te zijn, maar het geeft een fijn gevoel te weten, dat Verbeek niet gauw zijn contract binnen een jaar komt inleveren. Daarnaast is Verbeek een trainer die streeft naar verzorgd en aanvallend voetbal. En hij heeft er een goede gewoonte van gemaakt om zich bij Heerenveen ieder jaar voor Europees voetbal te kwalificeren. In de Kuip was dat de laatste jaren geen zekerheid meer.
Wat ook pleit voor Verbeek, is dat hij werkt aan zichzelf. Daar moet je lef voor hebben in het macho profvoetbal. Zo werkt hij buiten de publiciteit om samen met een bureau dat hem traint en ontwikkelt in de specifieke vaardigheden van het leiderschap. Kortom; alles duidt op een modelwerknemer en een moderne trainer/coach. Maar waarom moest hij dan weg bij Heerenveen? Zelf had hij het idee nog niet uitontwikkeld te zijn bij die club. Intern vond men echter van wel. Nog los van wat aanmerkingen over zijn manier van samenwerken met mensen onder hem, meende de leiding van Heerenveen sportief niet meer verder te komen onder Verbeek. Gudde en Bosz denken daar anders over en nemen daarmee een prikkelend standpunt in.