
De lichtmasten moeten nog aan.
Na deze avond zouden de dingen nooit meer hetzelfde zijn. Hand in hand met de kameraden op weg naar De Kuip. Nog nooit had ik als zevenjarig jochie het idee gehad zó ergens bij te horen.
Op weg naar iets, zo groots dat het nauwelijks te bevatten was. O, we hadden erover gelezen: 192 lampen, elke lamp wel duizend watt sterk, bevestigd in vier lichtmasten die - het moest niet veel gekker worden - vijftig meter boven de grond stonden.
De contouren van het stadion doemden op. Een paar peertjes wezen de weg. Persoonlijk vonden wij het een beetje tegenvallen. Zou je straks de bal wel kunnen zien? ,,De lichtmasten moeten nog aan,’’ wist Ome Cor. Flarden muziek waaiden ons tegemoet.
,,Zou Nat Lofthouse meedoen?’’, vroeg Sammy. Wij waren jaloers op Sammy, omdat bij onze dagelijkse zoektocht naar niet-ontplofte granaten uit de oorlog hij er daadwerkelijk een gevonden had. Het klikte meteen tussen hen. Het ongeval had twee voordelen: Sammy was niet langer een bedreiging voor mijn record ‘balletje hoog houden’. En wij konden hem bij elk Feyenoord-doelpunt uitlachen: het is slecht juichen met één arm.
,,Natuurlijk doet Lofthouse mee,’’ sneerde ik. ,,Nat Lofthouse,’’ zwijmelde Eef. Eef was een meisje, maar daar kon zij niks aan doen. Terwijl andere meisjes hinkelden of touwtje sprongen, schaafde Eef er op los. Eef heette eigenlijk Eva en was na het voedsel-oproer met haar ouders Polen ontvlucht. Ze leerde ons een nieuw voetbal-scheldwoord: Soefkoet. Geen Poolse vogel. Haar ‘oe’ moest een ‘uh’ zijn. Het kwam uit na haar mededeling dat haar ouders voor hun nieuwe woning hoer-subsidie hadden aangevraagd.
Nat Lofthouse, topscorer van het Engelse nationale team. Het meest begeerde ‘kauwgom-plaatje’ op school. Spits van Bolton. ,,Die Cor Veldhoen wordt straks helemaal dol gespeeld,’’ wist Eef.
De speaker kondigde de president-directeur van het stadion aan, dhr. dr. ir. L.G. Verstege. Die vroeg ons een lucifer aan te steken. Onder het schijnsel van 46.000 lucifers betraden de elftallen het veld. 46.000 Lichtjes in een donker stadion - voor een seconde of vijftien waren wij niet langer individuen. We waren één warmkloppend rood-wit hart - met een bloedhete wijsvinger, want de lucifer raakte op.
Toen PFAFFFFFFFFFF gingen de lampen aan. Allejezus op Nike-sandalen! Dit moet Vincent van Gogh gezien hebben toen hij, recht tegen de zon inkijkend, stond te kwasten. Dat veld! Het léék niet op gras, maar op Bergoss kamerbreed van honderd gulden de meter! Naar een voetbalwedstrijd gaan, zou nooit meer hetzelfde zijn.
Het licht bracht nog iets nieuws: voetbal was ineens show! Zie de houten klaas Van Pelt in ons doel: zie hem plots dansen! Zie de altijd zo anonieme Aad Bak flaneren: net zo moeilijk te omspelen als Park De Hoge Veluwe! Zie Pauke Meijers: normaal wilde die de bal zo gauw mogelijk weer kwijt - was dat aan iemand met zo’n shirt als hij, dan was dat mooi meegenomen. En nu, de ene dribbel na de ander.
Het werd 0-3, een uitslag die de meesten uit de krant hebben vernomen. Iedereen was stekeblind van het in die lampen kijken. Na afloop konden we Nat Lofthouse gewoon bij de bus aanschieten. Ome Cor, die vloeiend Engels sprak omdat hij in een Morris reed, deed het woord. ,,Net, zis is mai sun. Joe gif him auto, yes? Bitte?’’ Nat begreep dat ik een handtekening wilde. Of ik ook zijn schoenen mocht. Dat mocht niet. Wel maakte ik op school flink de blits met zijn van straat geraapte kauwgom.
Precies 157 dagen later ruilde ik zijn handtekening voor de eerste Playboy. Nat was persona non grata geworden. In de Cup Final had hij het godbetert gewaagde ManUnited-keeper Harry Gregg met bal en al over de doellijn te werken. De man had nog geen drie maanden daarvoor ternauwernood een vliegramp overleefd!
17 Jaar lang sloegen wij geen lichtwedstrijd over. Die trotse traditie eindigde in 1974, toen Sammy’s zoon ernstig hoofdletsel opliep door losgerukte stoeltjes. Feyenoord-Spurs, de eerste hooligan-match. Naar een voetbalwedstrijd gaan, zou - wederom - nooit meer hetzelfde zijn.
Nat Lofthouse is nu 80. Eén schouderduw en hij ligt in de Noordzee. Sammy is dood. Eef is getrouwd met haar tegen-Pool die ze bij de wedstrijd tegen Legia Warschau tegen het lijf liep. Ze hebben een eetcafé en een zoon. Hij - ik kan het bijna niet uit de strot krijgen - hakkiet.
Wablief?
Hij zit op hockey.
De Soefkoet.
Zo heet het café.