De eeuwige liefde van Het Legioen.


ROTTERDAM - ’Feyenoord-supporter ben je niet voor je lol. Dit vaak aangehaalde citaat van Gerard Cox geeft haarfijn aan dat een aanhanger van de Rotterdamse voetbalclub niet verwend wordt met kampioenschappen of bekers.

Het legioen tijdens de gewonnen UEFA Cup-finale van 2002 tegen Borussia Dortmund.
Eens in de zoveel jaar wordt een landstitel gewonnen, een enkele keer volgt Europees succes. Misschien wel daarom wordt een groot resultaat in de Kuip zo hartstochtelijk gevierd door de fans, die op zon titel weer jaren moeten teren.


Feyenoord-supporters Peter Blokdijk en Boudewijn Warbroek schreven vanwege het honderdjarig bestaan van hun club een boek over het Legioen dat de Rotterdammers al een eeuw lang onvoorwaardelijk steunt, in binnen- en buitenland. Het document wordt vrijdag gedoopt bij boekhandel Donner, oud-speler Pierre van Hooijdonk krijgt het eerste exemplaar.

In het ruim tweehonderd paginas tellende boek gaat het vooral over de supporters die de club al die jaren hebben gevolgd en nog steeds volgen. Van het eerste ‘legertje volgelingen dat zich bijna honderd jaar geleden meldde bij De Put in de Afrikaanderwijk voor de toen nog Wilhelmina geheten club, tot aan de tienduizenden fans die vanavond weer in de Kuip zitten bij Feyenoord-FC Twente. ,,Oud, jong, man, vrouw, rijk en arm. Allemaal horen ze tot die ene familie, door de KNVB wordt geschat op 2,5 miljoen leden. Ofwel: het Legioen.’’

Feyenoord-aanvoerder Giovanni van Bronckhorst keerde vorig jaar terug in Rotterdam-zuid. Hij legt uit wat voor hem die ‘eeuwige liefde is. ,,Ik ben Feyenoord altijd blijven volgen. Het is echte volksclub, mijn club. Ik voel me thuis omdat iedereen normaal doet.’’ Van Bronckhorst vertelt dat hij in mei 2002 de UEFA Cup-winst op Borussia Dortmund in de Kuip bijwoonde als supporter, terwijl zijn toenmalige club Arsenal diezelfde avond om de Engelse landstitel speelde. ,,Maar ik was in Rotterdam,’’ schrijft de speler/supporter, die die avond geblesseerd was. ,,Het Legioen is wat beleving en fanatisme betreft het meest extreme wat ik heb meegemaakt. Misschien dat alleen Glasgow Rangers in de buurt komt.’’

In het supportersboek komen ook de beginjaren van de club langs toen Feyenoord speelde op het Afrikaanderplein en later aan de Kromme Zandweg in Vreewijk.

Daar haalde Feyenoord op maandag 9 juni 1924, tweede pinksterdag, zijn allereerste landstitel. Henk Geurtz was erbij op de jongenstribune die het domein was van de zogenoemde Bloemhofboefjes. ,,Het vak S van de jaren twintig.’’ Hij zag zijn club het Groningse Be Quick met 3-1 verslaan. ,,Arbeidersclub Feyenoord treedt voor het eerst uit de schaduw van herenclub Sparta. Een zoete wraak op de voetballende vertegenwoordigers van het grootkapitaal.’’

Het begrip ‘legioen wordt in de rijke geschiedenis van Feyenoord voor het eerst gebruikt in 1962, als de club bezig is aan een Europese opmars. Wanneer er tegen het Zwitserse Servette een extra duel nodig is, trekken tienduizend supporters naar Düsseldorf. Ze zien de Rotterdammers met 3-1 winnen. ,,Luidruchtig legioen draagt Feyenoord naar tweede ronde,’’ meldt een krant.

Bij de beslissingswedstrijd tegen Vasas Boedapest in Antwerpen wordt het nog gekker. Uiteindelijk trekken niet minder dan veertigduizend (!) Feyenoord-fans de Belgische grens over, een ongekend en waarschijnlijk ook niet meer geëvenaard hoog aantal voor een uitwedstrijd. ,,Op de Keyserlei waande men zich op de Rotterdamse Lijnbaan,’’ staat in het plakboek van supporter Hans Fortuin. De ‘Hel van Deurne zit letterlijk volgepakt, Feyenoord mag door een 1-0 winst verder in Europa. De club schakelt nog het Franse Stade de Reims uit, maar struikelt in de halve finale tegen Benfica. De wedstrijd in Portugal is vooral bekend vanwege de supportersschepen De Grote Beer en De Waterman, die met zon vierduizend fans aan boord naar Lissabon varen.

In het jaar 1970 beleeft Feyenoord twee hoogtepunten. In Milaan wint de Rotterdamse club als allereerste in Nederland de Europa Cup I, de huidige Champions League. Later volgt ook nog de Wereldcup. Vier jaar verder komt daar de UEFA Cup bij. Maar daarna wordt het voor de fans weer lang wachten op een nieuw succes.


Pas in het seizoen 2001/2002 is het weer raak, dat jaar staat bij de meeste fans nog vers in het geheugen gegrift. Eindelijk weer een cup. Iedere Feyenoord-supporter kent het rijtje SC Freiburg, Glasgow Rangers, PSV, Inter Milan en Borussia Dortmund uit het hoofd.


Voor Marco den Breejen is vooral de halve finale tegen Inter zeer speciaal. De Gorkummer woont immers in Milaan. Uitgerekend in San Siro, waar Feyenoord in 1970 al geschiedenis schreef, moet zijn club een nieuwe finale zien te halen. In Milaan treft hij op de dag van de wedstrijd behalve duizenden Rotterdamse fans ook Ove Kindvall, de held van 1970. Zijn droom komt uit, Feyenoord haalt de eindstrijd en wint die ook nog.

Een dag na de finale trekken Marco en zijn vriend Ed Smiesing de stoute schoenen aan en besluiten tot een ‘eigen stadionexcursie. Ze glippen de lege Kuip in. ,,Kijken of die Duitsers wel echt weg zijn,’’ grapt Marco. De finale was haast nog te ruiken, zeggen ze. Ook loopt het duo een eigen ereronde. Binnen, in het stadion treffen ze manager Hans Hagelstein en speler Bonaventure Kalou aan. Een ‘Feyenoord-tour om nooit te vergeten.

In hun dankwoord stellen de schrijvers/fans Blokdijk en Warbroek vast dat Feyenoord altijd een volksclub is geweest die wordt gedragen door haar achterban. ,,Uit eigen kracht voortgebracht,’’ is een leus die honderd jaar Feyenoord goed weergeeft. ,,Supporter blijven ze hun leven lang. De liefde voor Feyenoord is letterlijk een kwestie van tot de dood ons scheidt.’’

‘Legioen!, De eeuwige liefde voor Feyenoord 1908-2008, door Peter Blokdijk en Boudewijn Warbroek, uitgeverij De Fontein, 208 bladzijden, gebonden, geïllustreerd, prijs 19,95 euro.