Rol media in Feyenoords glorietijd.

Feyenoord heeft fans van Oost-Groningen tot diep in Zeeland. Het is vooral de vrucht van de naoorlogse glorietijd (1960-1974), leert de tentoonstelling die ter ere van het honderdjarig bestaan in het Nederlands Fotomuseum is te zien.

De tentoonstelling legt andere accenten dan ’100 Jaar Feyenoord’, de expositie die in het Schielandshuis is te zien. Kiest het Schielandshuis voor een dwarsdoorsnede van de clubgeschiedenis, het Fotomuseum richt alle aandacht op de relatief korte periode waarin een wijkfavoriet zich ontwikkelde tot een club met een internationale status.

Met goed voetbal kom je een heel eind, leert de uiterst verse populariteit van de Spaanse nationale ploeg. En begin jaren zestig veroverde Feyenoord met dank aan spelers als Piet Kruiver, Frans Bouwmeester, Reinier (Beertje) Kreijermaat en Coen Moulijn landtitels, gevolgd door aansprekende internationale successen als de plaats in de halve finale van de Europacup 1 in 1963.

Op het veld had Sparta in 1960 (kwartfinale) iets vergelijkbaars gepresteerd. In de slag om de populariteit kwam dat succes achteraf misschien te vroeg. Pas toen duizenden Feyenoordsupporters per schip naar Lissabon reisden, ontdekten de massamedia het voetbal als bron van amusement. ,,Tot 1963 beperkte de aandacht zich tot de sportpagina’s’’ herinnert Koos Postema zich. ,,Daarna richtte ook de televisie het vizier op Feyenoord. Met rechtstreekse wedstrijdverslagen en aandacht in de actualiteitenrubrieken. Het droeg enorm bij aan de populariteit in andere delen van het land.’’

Toen moest de gouden generatie nog komen. Met Rinus Israel, Ove Kindvall, Wim van Hanegem en Wim Jansen als meest aansprekende namen van de ploeg die in 1970 de Europacup zou veroveren.

Gelukkig pakte Feyenoord in 2002 nog een keer de UEFA-Cup. Anders zou je het Fotomuseum verlaten met het gevoel dat Feyenoord een club is die inmiddels gevaarlijk op oude roem begint te teren.

Bron: Algemeen Dagblad